De belangstelling voor nanowetenschappen en nanotechnologie (N&N) is enorm. Aangezien nanotechnologie een enabler is, wordt ze vandaag beschouwd als dé grote bron van innovatie voor de komende decennia op uiteenlopende domeinen, met inbegrip van strategische domeinen zoals energie en drinkwaterveiligheid. Tegenover dat enthousiasme staat ook bezorgdheid over de impact van N&N, in het bijzonder op het vlak van gezondheid en milieu en meer bepaald wat betreft de impact van geproduceerde nanodeeltjes (MNP – manufactured nanoparticles). Gezien de toename op de markt van consumptiegoederen die MNP’s en tussenproducten bevatten, zijn productkarakterisering en -controle en de beoordeling van de risico’s die eraan verbonden zijn bijzonder belangrijk.

Enkele jaren geleden al zette die bezorgdheid de Europese Commissie ertoe aan om op te roepen tot een veilige en verantwoorde benadering van N&N en de ontwikkeling van specifieke normen opdat een gunstig klimaat zou worden gecreëerd om die technologieën snel uit te rollen en tegelijk de eindgebruikers het nodige vertrouwen te geven in de producten die daar het resultaat van zijn. Als reactie op de erkende nood aan normalisatie op het domein van N&N richtte het Europees normalisatiecomité (CEN) eind 2005 formeel CEN/TC 352 op, specifiek voor nanotechnologie. ISO/TC 229 is het internationale equivalent van deze commissie.

Nog op internationaal niveau werd in juni 2006 binnen de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) een werkgroep rond geproduceerde nanomaterialen opgericht. Een van de doelstellingen van die werkgroep is om een programma uit te werken en door te voeren ter bevordering van internationale samenwerking m.b.t. de veiligheidsaspecten inzake gezondheid en milieu van geproduceerde nanomaterialen. Die werkgroep is nog altijd actief en onderhoudt een nauwe samenwerking met de Europese Commissie.